Spaans leren in 30 dagen

“Yo hablo un poco de espanol”, vat deze challenge goed samen. Een nieuwe taal leren heeft altijd op mijn bucketlist gestaan. Het is gewoon ontzettend vet als je je in meerdere talen verstaanbaar kan maken. Helaas, heb ik niet echt een talenknobbel. Daarom was het tijd om volle bak aan de slag te gaan en te ontdekken hoe ver je kunt komen in een kort tijdsbestek. Wat blijkt? Het is ontzettend moeilijk, maar zeker niet onmogelijk om binnen 30 dagen een redelijk woordje Spaans te leren.

Wil jij Spaans leren? Dan zijn er verschillende manieren om dit aan te pakken. Voordat je eraan begint is het verstandig om na te gaan waarom jij de taal wilt leren. Je moet vooral niet onderschatten hoe lastig dit is. Mijn doel was tweeledig. Ten eerste, wil ik ooit graag nog een reis maken in Zuid-Amerika, dan is het handig om een woordje Spaans te spreken. Ten tweede, haal ik een heleboel motivatie uit het feit dat ik 30 day challenges doe waarbij ik mezelf uitdaag om nieuwe dingen te leren.

“Focus on communication, not perfection’ – Connor Grooms

Hoe leer je een taal in 30 dagen?

Kijk eens naar deze documentaire van Connor Grooms (half uurtje). Hij gaat één maand lang 5 uur per dag aan de slag met Spaans. Hiervoor contact hij taal experts zoals Benny van fluentin3months.com en Idahosa van The Mimic Method. Je leert onder andere de juiste doelen stellen (waaronder verstaanbaar zijn boven grammatica) en je leert over hulpmiddelen om een taal te leren. Deze documentaire is absoluut de moeite waard.

Gratis manieren die ik heb gebruikt om Spaans te leren

  • Studeren door gebruik te maken van geleende lesboekjes. Een vriendin van mij had de boekjes van haar taalschool nog liggen, hiermee ben ik aan de slag gegaan. Uiteindelijk heb ik 8 lessen gehaald. Dit staat gelijk aan niveau A1.1. Jij kent vast wel iemand die eerder een cursus heeft gevolgd.
  • Vocabulaire stampen. Dit heb ik gedaan door alle vocabulaire per hoofdstuk op ‘flashcards’ te schrijven. Goede antwoorden op de ene stapel en foute antwoorden op de andere stapel. Spaans-Nederlands gelukt? Dan door met Nederlands-Spaans. Mocht je dit liever digitaal willen doen dan kun je Anki gebruiken. Dit is een flashcard app. Persoonlijk vond ik dit minder fijn werken. Handig is wel dat er lijsten beschikbaar zijn die anderen al gemaakt hebben.
  • Gebruik maken van een app zoals Duolingo of Babbl. Duolingo werkt een stuk fijner. Babbl heeft nauwelijks gratis lessen beschikbaar. Een app is een ‘fun’ manier van leren. Zo deed ik door het in een groep op te nemen tegen een aantal vrienden iedere dag ten minste 20 minuten verschillende oefeningen. Echter, het is niet de beste manier van leren. Zie het als een leuke aanvulling.
  • Uitspraak oefenen. Op Youtube filmpjes zoeken waarbij je woorden kunt herhalen. Dit is goed voor je uitspraak.
  • Werkwoorden vervoegen. Met mijn huisgenoot iedere dag één werkwoord vervoegen. Hierdoor pakte ik een stukje grammatica mee. Let er op dat je de meeste voorkomende werkwoorden leert. De rest is aan het begin minder belangrijk.

Uiteindelijk heb ik een dubbel gevoel overgehouden aan deze challenge. Enerzijds heb ik veel geleerd en spreek ik nu een klein woordje Spaans. Anderzijds is de +/- 30 uur die ik erin heb gestoken niet voldoende om met vertrouwen Spaans te spreken. Tegelijkertijd kost deze 30 uur al wel een heleboel energie. Vooral de laatste paar dagen waren lastig, doordat ik had besloten na deze maand voorlopig nog niet verder te gaan met een vervolgcursus.

Kortom, het was een hele vette uitdaging om eens te proberen. Echter, wil je er serieuzer mee aan de slag dan is er nog veel meer arbeid vereist. Een taal leer je er helaas niet even bij in een maand. Je bent wel in staat om een goede basis op te bouwen. Daarom weet ik zeker dat ik de taal later weer eens oppak.

Adiós amigos


Interessante challenge? Schrijf je in voor de nieuwsbrief (helemaal onderaan) en blijf op de hoogte.